We spelen verstoppertje in de mist. Je hebt een voorsprong met je witte jas, je lichtblauwe broek en je rode schoenen, waardoor ik naar de grond staren moet om een kans te hebben om een glimp van twee rode flitsen op te vangen. Om op tijd naar de buut te rennen en het spelletje van je te winnen. Dan wordt de beurt gewisseld tot de kou van de mist door onze kleding is getrokken, door de huid is geprefereerd en onze botten kraken en klapperen van de kou. We lopen samen naar huis, verwarmen ons aan loze woorden en warme chocolade melk.
Hoe graag ik je wil zeggen dat ik mijn hele lichaam, mijn hele ziel over je heen wil trekken, om je te beschermen van de kou waarin je jezelf constant werpt. Om je te ontdoen van de onzekerheden die je met je meedraagt, en je te laten stoppen om je zo goed te verstoppen het weer van vandaag. In plaats daarvan betrap ik mezelf erop om keer op keer met je mee te doen.
De loze woorden bevallen mij nu nog te goed.